Terugblik: Zelfrijdende Safe-Trac spuitmachine: Basis van 50 jaar Delvano-succes

Paul Vanlerberghe, oprichter van Delvano en vader van de huidige gedelegeerd bestuurder Carlos Vanlerberghe was als jonge gast loonondernemer in het West-Vlaamse Hulste, maar hij was evenzeer technieker in hart en nieren. Eén van zijn activiteiten in de jaren 50 was spuiten in loondienst. In die periode deed hij dit met een Unimog, uitgerust met houten spuitvat en manueel te bedienen Allaeys-spuitboom.

Deels uit veiligheid en deels om meer rendement te halen, wilde hij de spuitboom automatiseren. Met luchtdruk en veren slaagde hij erin om een stabiele geautomatiseerde spuitboom te ontwikkelen.  Begin de jaren 60 ging hij voor het eerst met zijn zelfrijdende spuitmachine met een pneumatische bediende spuitboom de baan op. Toen hij in ‘62 voor het eerst een spuitmachine met hydraulisch te bedienen spuitboom op een Fordson Dexta bouwde, was de geboorte van de Safe Trac  een feit. Een machine die 32 jaar lang zou gebouwd worden.

Samenwerking met De Lille
sized_foto_4_safe-trac-folder-63
Het was vooral de onvrede over de beschikbare spuitmachines die Paul Vanlerberghe de stap deed zetten om zelf een spuitmachine te gaan bouwen. De ombouw van de Unimog-spuitmachine was een succes. Maar vooral het aanbod in ‘62 van Ford-dealer De Lille uit Torhout was doorslaggevend. Deze stelde voor om een Fordson Dexta om te bouwen tot werktuigendrager en de service ervan te verzorgen. Hiermee had hij een goede compagnon. Vanlerberghe construeerde het spuitgedeelte en voor het onderstel kon hij terugvallen op De Lille. De ombouw werd tot in ’66 door De Lille uitgevoerd, daarna door Paul in eigen beheer.
“Ook op commercieel vlak was De Lille de eerste jaren Paul’s leermeester”, herinnert Carlos Vanlerberghe zich.

Export naar Nederland
Paul Vanlerberghe hield het nog 4 jaar vol om naast zijn constructie ook loonondernemer te blijven. De vraag van collega loonsproeiers naar een Safe Trac werd immers steeds groter. Ook vanuit Nederland was er interesse door de Nederlandse Ford-dealer Weststrate uit Krabbendijke. Hij werd importeur voor Nederland. In ’66 verdeelde Paul zijn loonactiviteiten onder collega’s en startte hij een eigen fabriek op. In september ’66, ondertussen precies 50 jaar geleden werd Delvano opgericht samen met twee vennoten Gerard Delaere en René Ottevaere, beide Vlaamse vlassers die in Wallonië vlas teelden. Zij zouden het aanspreekpunt voor Delvano in Wallonië worden en in Alleur (dichtbij Luik) werd er een bijhuis geopend. Tien jaar later kocht Paul Vanlerberghe zijn beide medevennoten uit. Sindsdien is Delvano voor 100 % eigendom van de familie Vanlerberghe.

Revolutionair model
De eerste Safe Trac’s hadden het chassis van een Fordson Dexta met 32 pk motor of een Super Dexta met  40 pk motor. Het concept was:  opbouw van de cabine voor de voorwielen en de spuittank op de achterbrug. Dit werd pas gewijzigd met de introductie van de vierwielaandrijving. Om een  betere gewichtsverdeling over de vier wielen te bekomen, werd de tank meer naar voor gebracht.
Het houten sproeivat was oorspronkelijk bol en had een inhoud van 1.000 liter. Kort daarna was er ook een vierkant 1.200 liter houten vat verkrijgbaar.
De spuitpomp was een driecilinder pistonpomp van ofwel het merk Allaeys ofwel het Duitse merk Platz. De pomp gaf ongeveer 90 liter/min. De koperen leidingen en de werveldoppen werden aangekocht bij  Sandow.
De vijfdelig pendelende automatische  spuitboom was 20 m breed. Men sproeide met 18 à 20 kg spuitdruk. Men beoordeelde het spuitwerk pas als goed als een ganse spuitnevel de machine volgde.
De naam van de spuitmachine verwees met ‘Trac’ naar de zelfrijder en met ‘Safe’ naar de veiligheid ervan. De chauffeur zat ver weg van de spuitboom in een afgesloten cabine met goed rondom zicht.

Evolutie
sized_foto_1-dragende_foto_safe-trac-anno-1965
De standaardtractor van de Safe Trac is door de jaren heen steeds een Ford gebleven, met uitzondering van een kleine reeks met een tiental Fiat 550 tractoren.
De gebruikte modellen volgden het Ford aanbod. In ’66 bij de oprichting van Delvano was het type ‘standaard’ reeds uitgerust met een Ford 2000 en het type ‘super’ met een Ford Super 3000 tractor. De laatste modellen (jaren 80 –begin 90) die standaard gebruikt werden, waren de Ford tractoren van de 10-serie met als kleinste model de Ford 4610 en als grootste model de Ford 7710 Turbo 4×4. De tractoren werden in de beginjaren steeds compleet aangekocht en dienden ontdaan te worden van carrosserie en hydrauliek. Pas vanaf de jaren 70 kon Delvano deze tractoren in de Ford-fabriek te Basildon in Engeland als units zonder carrosserie aankopen.

Ook het spuitgedeelte evolueerde. In ’65 werd reeds overgeschakeld naar Italiaanse Bertolini viercilinder zuigermembraanpompen. Deze pompen waren kwalitatief duidelijk beter. Er was keuze tussen een 130 l/min of 220 l/min pomp. Deze pompen konden tot 50 kg druk geven en waren bovendien goedkoper. Ze hadden evenwel één nadeel. Inwendig waren ze volledig in koper waardoor ze niet bruikbaar waren voor het spuiten van vloeibare meststoffen. De reden waarvoor een tiental jaar later overgestapt werd naar Annovi Reverberi-pompen.
Reeds vanaf ‘66 was een polyester spuitvat verkrijgbaar, eerst van Italiaanse en later van Vlaamse makelij. Het was meteen de aanzet tot grotere tanks, eerst 1.500 liter … tot op de laatste uitvoeringen waar ze verkrijgbaar waren tot 3.600 liter.
Na de beginjaren maakte Delvano ook de werveldoppen zelf. Met de opkomst van de spleetdoppen werd Albus Delvano’s vaste leverancier.
De Safe Trac evolueerde door de jaren heen naar een volwaardige spuitmachine zoals we die nu kennen met Domix-vulsysteem, spoeltank, elektrische bediening, Spraymatic-regeleenheidsysteem met continue vloeistofkring, …  maar het waren toen nog wel allemaal opties.

Hydro Trac waardige opvolger
In ’86 introduceerde Delvano de Hydro Trac, een volledig hydraulisch aangedreven spuitmachine. Dit was het begin van het einde voor de Safe Trac. De verkoopsaantallen daalden jaarlijks en eind ’92 werd de productie ervan stopgezet. Als opvolger kwam de STM een zelfrijder gebouwd op de half mechanische – half hydraulische aandrijfunit van Merlo.

In totaal werden er ruim 600 Safe Trac’s gebouwd. Per jaar waren er dit een 25-tal met één absoluut piekjaar van 50 stuks.


Tekst: Luc Vande Ginste Foto’s: Luc Vande Ginste & Delvano

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

%d bloggers liken dit: