Uitgelicht en toegelicht: Right on tracks

Vroeger werden rupsen gezien als noodoplossingen en werden ze in hoofdzaak aangeboden via de after-market. Op vandaag maken ze deel uit van een totaalconcept waarbij oogstzekerheid en bodembesparende techniek in elkaars verlengde liggen. Bovendien stelt zich met banden het probleem dat het overdragen van grote vermogens naar de bodem niet altijd evident is. Minder slip, een betere tractie en minder bodemcompactatie zijn de voornaamste voordelen.

Constructeurs gaan ze af fabriek aanbieden aangezien het geen lokaal verschijnsel meer gebleven is en omdat de techniek natuurlijk geëvolueerd is. Zo zijn rupsonderstellen op vandaag geveerd en zijn er heel wat uitvoeringen die ‘40km/u’-proof zijn. Ook bandenfabrikanten voelen de hete adem in de rug en komen met nieuwe oplossingen zoals bv. de Pneutrac. Door een band deels de karakteristieken van een rups te laten aannemen, trachten ze ook een deel van de markt af te dekken. Wij staken ons licht op tijdens Agribex en Agritechnica en evalueerden waar de praktijk naar op zoek was.

De praktijk leert ons …

Toen ik 10 à 15 jaar terug grote akkerbouwers bezocht in Oost-Europa werd ik daar met de neus op de feiten gedrukt. Geen Oostbloktoestanden, maar de nieuwste oogstcombinaties op rupsen met de breedste maaiborden en transportcombinaties die het veld niet opkwamen. Toen we de eigenaar met Duitse roots de vraag stelden: “Waarom dergelijke investeringen, terwijl arbeid hier relatief goedkoop is en het landklimaat vrij vast weer waarborgt?”. Het antwoord was klaar en duidelijk: “Aangezien wij niet ploegen; met vaste tramlines werken en een niet-verdichte bodem onze eerste winst is, ligt de discussie over al dan niet rupsen al lang achter ons!”

Bijkomend werd ook het stro gehakseld om het organische stofgehalte in de toplaag van de bodem op te waarderen en het aantal machinebewegingen op de akker terug te schroeven. Dit is de echte grondreden waarom de rupsonderstellen zichzelf een plaats in de markt verworven hebben. In onze streken wordt een rupsonderstel nog teveel als een zekerheid voor de verlenging van het oogstseizoen gezien terwijl het in de praktijk zoveel meer biedt. De meerkosten verdampen bij het feit dat een rupsenmachine zoveel stabieler is dan een machine op banden die door de modder gaat zwalpen van links naar rechts bij het oogsten van bijvoorbeeld korrelmais. Ook in Amerika zien we een duidelijke tendens. Zo zijn overlaadwagens voor suikerbieten en korrelmais daar uitgerust met platte rupsonderstellen om het bodemcontactoppervlak te vergroten en de efficiëntie van de oogstketting te optimaliseren.

Terra Trac  van Claas 

De basis van een goede oogst is een gezonde bodem. Om die reden ontwikkelde Claas dertig jaar terug de eerste maaidorser op rubberen tracks. Deze worden vervaardigd in de fabriek van Claas Industrietechniek te Paderborn en ook verkocht aan derden, onder meer aan Hawe, Dewulf, Grimme,Ploeger,… voor diverse toepassingen.

Claas ontwikkelde, in samenwerking met Caterpillar, een platte rups met een hoogte van 113,8 cm en een lengte van 295,7 cm. Per rups zijn er vier grote en vier kleine looprollen aanwezig met een respectievelijke diameter van 95 en 35 cm. De platte rups biedt Claas aan met rupsbandbreedtes van 635 mm,735 mm en 890 mm. Met de smalste rupsen blijf je op een Lexion binnen de 3,5 m transportbreedte. De nokken van de rupsband zitten gevangen tussen de grote aandrijfwielen en hierdoor wordt vermeden dat de rupsband gaat aflopen. De rupsen kunnen ook deels pendelen waardoor ze onder natte omstandigheden niet de neiging hebben om te gaan “buldozeren”. Claas voorziet een hydropneumatische vering die het rijcomfort ten goede komt en tevens voor een geringe machinebelasting zorgt. Belangrijk te vermelden is dat de loopwielen en de steunrollen afzonderlijk geveerd worden. Bovendien worden de rupsbanden automatisch gespannen waardoor het doorslippen vermeden wordt. Sinds kort wordt het Terra Trac rupsonderstel ook aangeboden op de Jaguar en op de Axion 900. Op beiden zorgt een cardankoppeling voor de overbrenging van de pk’s naar het rupselement. Op de Jaguar kan de rups 10 graden naar boven en 13 graden naar beneden pendelen waardoor ze zich kan aanpassen aan de glooiingen in het landschap. Bovendien wordt bij het draaien op bijvoorbeeld grasland het contactoppervlak van de rupsband automatisch met 1/3 verminderd doordat de geleidewielen omhoog gedrukt worden op de Jaguar. Constructiematig heb je voor een platte rups natuurlijk plaats nodig. Door het chassis 105 cm te verlengen, werd daar een mouw aan gepast. Uiterlijk verschillen deze Terra Trac rupsen op de Jaguar weinig met deze op de maaidorsers.

Een duidelijk ander concept zien we op de Axion 900 Terra Trac. Daarbij werd de diameter van het aandrijfwiel vergroot van 95 naar 110 cm en werd het tractiewiel voorzien van rubberen blokken zodat de overdracht van de aandrijfkrachten naar de rupsband vlotter konden verlopen. Verder werd er meer gewicht naar de achteras gebracht door de wielbasis met 20 cm te verminderen tot 2,95 m. Keerzijde van de medaille bij een rupsaandrijving is dat het totaalgewicht van de Axion 900 Terra Trac met volle brandstoftank neigt naar de 18 ton. Doordat je met een rups verder uitsteekt achter de cabine, werden ook de hefarmen verlengd om toch nog vlot te kunnen opereren op bv. kopakkers. Deze rupsen hebben versterkte tandwielen en neigen 8 graden bij het bergaf rijden en 15 graden bij het bergop rijden. Tot rupsen met 735 mm bandbreedte blijf je weliswaar binnen de 3 m op de weg. De Axion 900 Terra Trac is trouwens niet de eerste (half)rupstrekker voor Claas. Herinner u de Claas Challenger 95E die tot eind de jaren 1990 in Claas kleuren in Amerika gebouwd werd.

Het Terra Trac verhaal startte bij de Claas-maaidorsers. Met de jaren ging naast het “bodemschonend”-werken met rupsen ook de krachtoverbrenging van grote vermogens meer en meer spelen. Sinds de Agritechnica van 2017 werd het concept met de platte rups ook voorgesteld op de Jaguar en krijgen we nu ook de serieproductie van de Axion 900 Terra Trac met een licht gewijzigd rupsconcept.

 

 

 

 

 

Fendt 900MT met twin-track

De Fendt 900MT, of de vroegere Challenger die teruggaat tot 1986, blijft een vaste waarde als het op rupstrekkers aankomt. Voor kilverwerk of bij grondverzet zijn ze prominent aanwezig. Een groot voordeel is dat ze op vandaag ook met VarioDrive aandrijving beschikbaar zijn. Typisch is weliswaar het twin-track concept waarbij twee grote rupsen met een 2,44 m lang contactoppervlak de basis vormen. De kracht gaat uit van de grote achterste aandrijfwielen met een diameter van 155 cm en wordt overgedragen door het wrijvingsprincipe. Om de wrijving continu te optimaliseren, worden de geleidewielen met een hydraulische cilinder naar voor gedrukt waardoor de spanning op de rups ontstaat. De instellingen daartoe kan je via de terminal in de cabine opvolgen. Tussen dit aandrijfwiel en het geleidewiel (95 cm diameter) vooraan zitten drie kleinere steunwielen van 35,6 cm. Deze laatste hangen geveerd en pendelend in het rupschassis waardoor ze niet alleen bodemvolgend zijn, maar ook het gewicht verdelen over de lengte van de rups. Een stap vooruit is ook het nieuwe SmartRide-veersysteem. Daarbij is de hoofdbalk met schroefveren, schokdempers en silent-blocs aan het frame bevestigd waardoor een veerweg van 26 cm ontstaat. Bovendien kan de hoofdbalk 11 graden pendelen waardoor de rups merkelijk beter bodemvolgend is. Een koppelstang voorkomt zijdelingse bewegingen. Qua rupsbreedtes heb je de keuze tussen 25 inch (635 mm), 30 inch (762 mm) en 34 inch (864 mm). Zelfs met de breedste rupsen blijf je binnen de 3 m transportbreedte.

De Twin-Track oplossing op de Fendt 900MT heeft zichzelf door de jaren in de markt bewezen. Het SmartRide-veersysteem en de Vario-aandrijving hebben dit concept alleen maar completer gemaakt.

SmartTrax bij CNH

CNH biedt zijn klanten driehoekige rupsoplossingen af fabriek aan voor zowel tractoren als oogstmachines. Een groot voordeel van een driehoekige rups is dat ze de glooiing van het landschap goed volgt. Voor de T8 en de Magnum kun je half-tracks oplossingen krijgen met een lengte van 174,9 cm. Opvallend aan deze rups is dat het voorste en achterste loopwiel zich anderhalve cm hoger bevinden dan de drie middelste looprollen. Op die manier krijg je minder wrijving en slijtage aan de topeinden van de rups. Bovendien gaat een dergelijke rups rustiger lopen. In het veld heeft een dergelijke rups steeds de neiging om zichzelf bovenop een obstakel te trekken. Daardoor gaat er zich onder natte omstandigheden minder snel een hoop aarde opstapelen voor de rupsen. Technisch komt het erop aan dat een rups eerder aarde moet kunnen verwerken dan dat ze die aarde steeds  verder voor zich uit gaat duwen. Via de doorzichtige kijkglazen kun je het oliepeil perfect opvolgen. De T8 of de Magnum kun je krijgen met rupsbreedtes van 45,7 cm; 61 of 76,2 cm. De rupsen zelf kunnen 10 graden pendelen.

Bij de maaidorsers biedt New Holland in eigen huis geproduceerde SmartTrax-rupsen aan op de CX 7.90, de CX8.80 en de CX8.90 en is er de keuze uit 24”, 28,5” en 34”-uitvoeringen. Specifiek voor deze maaidorserrupsen is de Terraglide-vering. Het is een hydraulische vering die toelaat om reglementair en comfortabel 40 km/u op de weg te rijden. Bouwtechnisch is een dergelijke rups uitgerust met vier middelste looprollen die zowel links als rechts, voor en achter kunnen bewegen. Per paar functioneren ze als een boogie-onderstel. Op die manier kun je als constructeur een “star”-product toch goed bodemvolgend laten functioneren. Met 24” of 28,5”-rupsen op een CX 7.90 blijf je bovendien binnen de 3,5 m op de weg.

Pneutrac

Steeds meer bandenfabrikanten realiseren zich dat de rupsoplossing op zich in de markt gewaardeerd wordt en zoeken dan ook naar innovaties die meer stabiliteit en tractie bijbrengen. De Pneutrac is één van die ontwikkelingen die bepaalde voordelen van een rups gaat benaderen. Zo wordt bv. de Pneutrac VF 480/65R28 af fabriek in eerste fase aangeboden op een New Holland T4.100N-trekker. Dit houdt verband met het feit dat een smalspoor gebaat is met meer stabiliteit op o.a. schuine hellingen en de eerste ontwikkelingen van de Pneutrac voor dergelijk type tractoren gebeurde. Verder zien we dat de Pneutrac minstens 12 % meer tractie bijbrengt en 15 % minder bodemverdichting. Basisidee is een 50 % groter contactoppervlak te realiseren. Momenteel wordt ook verder getest met een type 600-band.

De Pneutrac VF 480/65R28 wordt in een eerste fase af fabriek aangeboden op een New Holland T4.100N-trekker.

%d bloggers liken dit: