Uit de oude doos van … Oswald Baecke

We duiken ditmaal in het fotoarchief van Oswald Baecke, een landbouwerszoon en handige harry woonachtig te Maldegem. Wiens grootvader afkomstig was uit Moerbeke, maar zich toch omstreeks 1913 wist te settelen als landbouwer in Nederland, meer bepaald in West-Zeeuws-Vlaanderen. Hij bouwde hier een landbouwbedrijf uit met zijn gezin. Eén van de kinderen was Hilaire Baecke die uiteindelijk ook landbouwer zou worden. In 1949 kocht Hilaire zijn eerste trekker: een indrukwekkende Field Marshall Mark I Series II van om en bij de 40 pk. Deze trekker is Hilaire’s zonen Gerard en Oswald altijd bij gebleven.

Gerard bouwde een carrière uit als landbouwer. Oswald daarentegen onderging een totaal andere loopbaan. Nu ja totaal anders, nu ook weer niet want de landbouw en in het bijzonder de mechanisatie er rond heeft hij nooit losgelaten. Na een opleiding aan de Uitgebreide Technische School, ging hij als scheepsmechanicien aan de slag voor het herstellen van binnenvaartschepen. Op 23-jarige leeftijd had hij het hier wel gezien en kreeg hij de kans om in 1973 als chauffeur te starten bij aardappelhandel de Feijter uit Breskens.

Iets wat hem wel lag, want hij kreeg al snel een imposante machine toegewezen: een 3-rijige, door de Feijter gebouwde aardappelrooier, die al dateerde van midden de jaren 60! Ongezien voor die tijd. Deze machine had als basis een 45-pk sterke Porsche-trekker, maar deze werd te licht bevonden. Er volgde een Nuffield-trekker en tenslotte werd er een International 824 ingebouwd. De machine leverde prachtig werk op het veld, maar ook op de baan, met een topsnelheid van maar liefst 40 km per uur!

Naast deze 3-rijer was er ook nog 4-rijige rooier aanwezig. Deze werd geconstrueerd eind de jaren 60, bijna helemaal ondenkbaar voor die tijd! De rooier werd door een naburig drainagebedrijf geconstrueerd. Het werd een 4-rijer met twee lostapijten, voorzien van 175-pk onder de motorkap en een eigen gewicht van 17.000 kg. De naam Gigant die deze machine kreeg, was wel zeer toepasselijk. Men had al reeds ervaring opgedaan met een 4-rijige rooier. Want De Feijter had zelf al iets dergelijks geconstrueerd, maar deze is uiteindelijk verkocht geweest aan een Engelsman, die deze machine het koste wat het kost wilden hebben.

Oswald was verzot op deze rooiers en de techniek erachter. Eveneens in 1973 wou dan ook voor zichzelf iets construeren. Zo geschiedde en hij bouwde eigenhandig een 2-rijïge aardappelrooier op basis van een oude Claeys MZ maaidorser uit 1955, voorzien van Krakei-rooischaren. Hij behaalde hiermee een gemiddelde capaciteit van 3,5 à 4,5 hectare per dag. Onder hele goede omstandigheden, werd zelfs eenmalig 8,5 hectare op één dag gerooid!

In 1976 kreeg Oswald bij de Feijter een nieuwe machine toegewezen: een nieuwe zelfbouw, 4-rijige rooier. Wederom echt baanbrekend, zo werd de zelfrijder volledig hydrostatisch aangedreven en was vooraan uitgerust met een zwenkwiel.

Oswald kon na zijn dagtijd niet blijven stil zitten en samen met zijn broer begon hij aan een nieuw project: het ombouwen van twee Claeys M103 maaidorsers. Men was het stof vreten tijdens het maaidorsen immers beu en daarom verhoogde men het stuurplatform. Ook de graantank werd verhoogd en de verlengde losbuis werd inklapbaar gemaakt.

Na acht jaar dienst bij de Feijter ging Oswald aan de slag bij Zeebouw Zeezand als onderhoudsmecanicien. Op 39-jarige leeftijd wou hij zijn eigen baas zijn en besloot hij met succes een eigen atelier voor algemene metaalconstructie op te richten.

Anno 2019 geniet Oswald van zijn pensioen, maar ook van zijn oude motoren. Maar het meest trots is hij nog op zijn Field Marshall die hij heeft kunnen aankopen. Een trekker die hem altijd was bij gebleven van kinds af aan. Wat zowat de cirkel weer rond maakt.

 

%d bloggers liken dit: