Terugblik: Laverda TA 150 : veldhakselaar met maaidorserroots

Laverda is in landbouwkringen vooral bekend door zijn maaidorsers, maar in een niet zo ver verleden bouwde Laverda gedurende korte tijd ook een zelfrijdende veldhakselaar: de TA 150.

Laverda bracht de TA 150 in 1973 op de markt en werd aanvankelijk geproduceerd in samenwerking met Gallignani. Basis was het onderstel van een Laverda M 150 maaidorser en een Gallignani-hakselunit met tweerijig maïsvoorzetstuk.

In 1873 stichtte Pietro Laverda in San Giorgio di Perlena, gesitueerd in het noorden van Italië, een kleine werkplaats. De zaken gingen zo goed dat hij in 1884 te Breganze de grondslag legde voor de huidige fabriek. Tot 1932 werden voornamelijk kleine werktuigen voor handkracht vervaardigd, maar in dat jaar namen de kleinzoons van de stichter het bedrijf over en deze begonnen met de productie van oogstmachines zoals maaimachines en hooibouwwerktuigen. In 1956 introduceerde Laverda zijn eerste zelfrijdende maaidorser en thans vormen maaidorsers het belangrijkste product. Sinds de fabriek te Breganze in 2011 volledig werd overgenomen door Agco, bouwt Agco er maaidorsers voor Challenger, Fendt, Massey Ferguson en Laverda.

SIZED_FOTO_6_LAVERDA TA 150
De Laverda TA 150 werd door Leonard Lang BV te Apeldoorn en door Cléry Vandeponseele uit Geraardsbergen respectievelijk voor de Nederlandse en de Belgische markt in het voorjaar van 1973 in de handel gebracht. De eerste generatie van de TA 150 was opgebouwd uit Gallignani-  en Laverda-onderdelen. Het tweerijige maïsvoorzetstuk en de messenkooi kocht Laverda in bij collega fabrikant Gallignani. Door Laverda werd hierop een automatische omkeerkoppeling gebouwd, terwijl de motor, de rijvariator, de versnellingsbak, de eindaandrijving en de hydrauliekonderdelen afkomstig waren van de Laverda M 150 maaidorser. De zescilinder OM CP3 1-motor met een cilinderinhoud van 7.412 liter was goed voor 140 pk. De aandrijving gebeurde middels een powerband, een variator en een versnellingsbak. De besturing was hydrostatisch en de bandenmaat van de voor- en achterbanden bedroeg 16.9/14-16 en 7.50/16. De rijsnelheden die door middel van een rijvariator in combinatie met een versnellingsbak met drie snelheden vooruit en één achteruit werden geselecteerd, lagen tussen de 1,27 en 20 km/h. De brandstoftank was goed voor een inhoud van 240 liter en het eigen gewicht klokte af op 4.000 kg.

De Gallignani P10 was een kooihakselaar met een messenkooi met een diameter van 56 cm en een breedte van 50 cm met 9 messen. Bij een toerental van 1.135 omwentelingen en 9 messen leverde de messenkooi 10.215 messneden per minuut goed voor een snijlengte van 3,5 tot 45 mm. Het was ook mogelijk in plaats van de hakselaar een zwadmaaier of een graspick-up aan het onderstel te bevestigen doordat deze was uitgerust met aanbouwarmen met hydraulische cilinders.

Eigenzinnige vormgeving
Voor het verbeteren van het comfort, volgens Laverda althans,  kon de TA 150 in optie worden uitgerust met een cabine met veel glas en bijkomstige schijnwerpers. Daar het bestuurdersplatform niet op rubbers was bevestigd, kon je ze beter omschrijven als een glazen, lawaaierige kooi. De eerste series hadden een parallellogramvormige cabine met achteringang met schuifdeur, de latere series een cabine met eigenzinnig trapeziumvormig design en cabinedeur die bovenaan scharnierde en open werd gehouden door twee gasdrukveren. Het stuurwiel was verstelbaar en de hydrostatische besturing gebeurde door een onafhankelijke Danfoss-pomp. Ondanks de compacte afmetingen van de TA 150 had de bestuurder geen goed zicht op de invoer omdat de bestuurdersstoel te ver naar achter was geplaatst.

2de generatie met 160 pk motor
In 1978 onderging de zelfrijder een aantal verbeteringen. Hij kreeg een sterkere OM-motor van 160 pk, twaalf in plaats van negen messen, een ander slijpsysteem en een Bodini-hakselgroep met blazer met afzonderlijke ventilator en grotere 18.4/15 – 26 en 11.5/15-banden. Het twee- of drierijig Bodini-voorzetstuk was uitgerust met een omkeermechanisme met automatische motorvertraging bedienbaar vanuit de cabine. Bij verstopping werd de chauffeur verwittigd door een elektrisch alarm. De afvoerpijp kon 110 graden hydraulisch worden verdraaid.

Bij importeur Leonard Lang BV uit Apeldoorn stond de TA 150 in 1973 geprijsd voor 52.500 Hfl, te weten voor de basismachine en het tweerijige Gallignani-maïsvoorzetstuk.

In 1978 verwierf de Fiat Holding een meerderheidsbelang in de Amerikaanse fabrikant Hesston, die ook veldhakselaars in zijn programma had. Hierdoor daalde de vraag naar de  Laverda TA 150 spectaculair, want de TA 150 werd in Europa vooral verkocht via het Fiat-dealernetwerk, waardoor de productie begin de jaren tachtig werd stopgezet.

SIZED_FOTO_1_LAVERDADe eigenaar JM Decuyper uit Lokeren (Oost-Vlaanderen) kwam de Laverda TA 150, bouwjaar 1978, in mei 2010 op het spoor via een zoekertje. Daar hij nog in prima staat was, twijfelde hij niet om hem over te kopen van loonbedrijf Vanderroost uit Galmaarden. De TA 150 van Decuyper heeft een OM-cp3-si-motor met een vermogen van 160 pk. Het drierijig maïsvoorzetstuk is van het merk Bodini. Naast het hakselen van snijmaïs voor het eigen bedrijf wordt de TA 150 ook ingezet in combinatie met een zelf gebouwde houthakselaar. Decuyper is tevreden met zijn youngtimer hakselaar en vooral te spreken over de goede bereikbaarheid van alle vitale onderdelen en de wendbaarheid van de zelfrijder door de kleine wielbasis. Alleen de rijsnelheid van 20 km/h vindt hij naar hedendaagse normen te traag.

 

Deze Mengele SF 3000 is één van de historische hakselaars die op 25 september wordt ingezet tijdens de retro maïshakseldag te Oostwinkel.

Oldtimer maïshakseldag Oostwinkel

Op zondag 25 september zorgen een aantal jonge, enthousiaste liefhebbers van oude maïshakselaars voor een primeur in Vlaanderen door het organiseren van een nostalgische maïshakseldag te Oostwinkel (Oost-Vlaanderen).

Niet minder dan een tiental combinaties waaronder gedragen, getrokken en zelfrijdende veldhakselaars van weleer maken hun opwachting en zullen er snijmaïs hakselen op een speciaal aangelegd demoterrein. De organisatoren contacteerden bovendien ook iconische en prachtige youngtimers uit de jaren 70 en 80 die met een tiental oude silagewagens de afvoer van de gehakselde maïs naar de rijkuil op het terrein zullen verzorgen. Deze zal worden aangereden door twee bijzondere en aangepaste historische tractors. Drie zwaardere oldtimertractors zullen de stoppelbewerking voor hun rekening nemen.

Locatie: Leischoot 9931 Oostwinkel (Zomergem)

www.landbouwenmachines.be

 

Tekst: Jan Ebinger Beeld: Maarten Martens & Jan Ebinger

%d bloggers liken dit: