Loonwerker in beeld: Loon- en grondwerken Rybra (Zeveneken)

Nadat ik, vorig najaar op de baan, net aan de file in Gent ontsnapte door de afrit Lochristi te nemen spotte ik de Lexion 760 Terra Trac van loonbedrijf Rybra die bezig was met het dorsen van korrelmais. Het was de eerste keer dat ik ze live aan het werk zag. Het geluk lachte me toe wanneer ik niet veel verder ook de hakselploeg bezig zag. Wat volgt is een mooi verhaal van een kleinzoon die het bedrijf van zijn ‘peetje’ overnam.

Opgegroeid bij grootvader

De roots van loonbedrijf Rybra gaan terug tot de jaren ’60. De oprichter van het bedrijf is René Van Ryckegem, wiens zonen Paul en Wilfried in 1969 de activiteiten onverwacht moesten verder zetten wanneer René om het leven kwam door een ongeluk met een aftakas. Later gingen de broers elk hun eigen weg.  Wij volgen het verhaal van Wilfried en zijn vrouw Arlette. Samen bouwden ze het loonbedrijf verder uit en begonnen ze met grondwerken. Een grote fan van Wilfried was zijn kleinzoon Pieter-Jan Braeckman, die als kind altijd meereed op de bijzit. Als hij een slecht rapport had, konden zijn ouders hem niet harder straffen dan door hem weg te houden van het loonbedrijf.  “Wanneer oma Arlette stierf eind 2012, vroeg ‘peetje’ Wilfried of ik het bedrijf wilde verderzetten. Hij was ondertussen 72 jaar en ik wilde het doodgraag overnemen, maar wel op mijn manier. Het materiaal was verouderd, waardoor ik enkele jaren flink zou moeten investeren. Met de komst van een Vervaet zette ik mijn eerste stappen in de drijfmest. Opa raadde het af, maar mijn eerste aankoop bleek een slimme zet.”

Nog zo’n succesverhaal bleek de aanschaf van een jonge tweedehands Strautmann dubbeldoelwagen van 40 m³, in 2014. In de streek reed nog één zo’n kar en dat was het. Die wagen heeft Braeckman bij verschillende nieuwe klanten geïntroduceerd. “Rybra heeft net een nieuwe Fendt-opraapwagen gekocht waardoor de Strautmann naar de reservebank verwezen is. Hij kan en mag weg, maar dan moet er eerst iets recenter in de plaats komen.”

Niet merkgebonden

Voor Braeckman is het de service die telt, niet zozeer het merk. Hij werkt met twee dealers die elk aan één kant in zijn werkgebied zitten. Als er iets mankeert, kan hij bij de twee terecht. Tussen vijf New Hollands en één Fordje valt de Fendt 722 op. “Hij was duurder in aankoop, maar op het einde van de rit zal de kostprijs ongeveer overeenstemmen. De Ford, met goede radio, wordt gebruikt voor het onderstoppen van kuilen, voor het maken van kleine pakjes en voor het malen van graan. We hebben één Power Command, de rest is Vario. Het vermogen van de tractoren schommelt tussen de 200 en 240 pk. Aan de nieuwe 3-asser van Dewa mag het misschien iets meer zijn dan de T7.270 die er nu aan hangt. Een Heavy Duty of een 826 zou mooi zijn, alleen ben ik niet voor grote tractoren.” Rybra mikt op 10.000 uren, zijn eerste heeft er nu 9.000. Hopelijk overwint Pieter-Jan zijn tweestrijd en kiest hij voor een zwaarder exemplaar.

Door een overlaadwagen in te schakelen zorgt het bedrijf ervoor dat de Lexion niet stil staat.

Grondwerken teruggeschroefd

Het biedt het hele jaar door werkzekerheid, maar toch schroefde Rybra het grondwerk terug. Mede door de verschillende investeringen die hij deed in het landbouwloonwerk, maar ook omdat goede kraanmachinisten niet te vinden lijken. De firma werkt vooral in onderaanneming in de wegenbouw, verder voeren ze kleine karweien uit bij landbouwers en particulieren. Zo beschikt Braeckman over één rupskraan en twee bandenkranen van JCB. Met een tandemasser en vrachtwagen voert hij de grond af. Door strenge emissienormen in de grootsteden verving de loonwerker onlangs zijn oude vrachtwagen voor een jong gebruikte. Die kan uitgerust worden met oplegger voor de afvoer van granen.

Geïnvesteerd in transport

Pieter-Jan is dit voorjaar met een propere lei begonnen voor het uitrijden van drijfmest. Hij verwelkomde een nieuwe Vervaet-vijfwieler en een nieuwe tank van Dewa. Op de 3-asser kan tevens een silagebak. “We werkten met een container die de boeren konden vol rijden en waren afhankelijk van derden als we transport nodig hadden. Bovendien zoeken onze klanten alsmaar verder land waardoor ze ons eveneens willen inschakelen voor het spreiden van drijfmest, dat kunnen we vanaf nu ook met de Dewa.”

Luxe van GPS ontdekt

Voor de eerste keer plantte Braeckman maïs met GPS, voorlopig enkel om recht te rijden. “Wat een luxe, dat wil ik niet meer afgeven. Eenmaal de tractor recht reed, had ik tijd om mijn agenda aan te vullen. We hebben twee identieke Gaspardo 8-rijers zodat het voor boeren niet uit zou maken met welke machine we zaaien. In de toekomst zal er wel een machine gekocht worden met sectieafsluiting en fronttank voor meststoffen. Nu werken we met zakjes van 25 kilo, iets minder interessant voor de rug. Als het echt druk is, springen we bij met een 6-rijer.” De loonwerker maait met een Lely front- en zijmaaier. Zelfs klanten met zo’n zes meter combinatie krijgen hun werk niet gedaan en schakelen Rybra in. “Omdat de vraag ieder jaar stijgt en onze maaiers ouder worden, kijken we uit naar iets anders. Ik ben er niet uit of er twee nieuwe bijkomen of we overstappen naar een triplemaaier. Dan krijg je op korte tijd veel gedaan, maar de percelen zijn misschien iets te klein om daar efficiënt mee te kunnen werken.”

Extra capaciteit op komst

Sinds 2017 hakselt de loonwerker met een New Holland FR 780: de FR 500 waarmee ze vier seizoenen gereden hebben kreeg het werk niet gedaan. Niet veel later, wanneer er die zomer een collega stopte, zat ook de nieuwe hakselaar snel op zijn tandvlees. “Als ik dat geweten had, was de oude hakselaar gewoon gebleven. Vorig jaar hadden we geluk dat de maïscampagne uitgerekt was, en nog was het te druk. Daarom is de aankoop van een tweedehands FR 9060 verantwoord om de piek op te vangen. Ook met de komst van de Fendt-opraapwagen gaan we voor meer rendement in het gras. Ongelooflijk hoe zo’n beweegbare voorwand het gras bij elkaar perst. De kar wordt gebruikt als dubbeldoelwagen als we ver moeten rijden, zowel voor gras als maïs. Het enige nadeel aan de nieuwe opraapwagen zijn de messen die maar één snijvlak hebben. Die van onze Strautmann hadden er twee waardoor je ze snel kon omdraaien wanneer ze bot waren. Het slijpen van de messen doet onze Claas-slijprobot trouwens helemaal automatisch.”

Sinds september zet het bedrijf twee hakselteams in voor het oogsten van mais.

De kuilen worden vastgereden met een JCB 416. Eenmaal de boeren dat geproefd hebben, gaat hun voorkeur uit naar de bulldozer. Meer en meer van hen rekenen op Rybra, waardoor het bedrijf overweegt om nog een exemplaar bij te huren komend najaar. De JCB gebruiken ze ook voor het laden van stalmest en vierkante en ronde balen, die gemaakt worden door een NH BB 9080 en McHale Fusion 3+.

De Hawe-maalderij wordt ook ingeschakeld om collega’s verder te helpen.

Veel plet- en maalwerk

Begin juli dorste Pieter-Jan een aanzienlijke hoeveelheid wintergerst, allicht ten koste van het areaal tarwe. Verschillende boeren hebben een mooie hoeveelheid graan kunnen inkuilen. Bij Rybra hebben ze de keuze om het graan te pletten of te malen. Het pletten doen ze met een Dewa, die draait het krachtvoer onmiddellijk in een worst. Voor het malen is er een Hawe-installatie van 800 pk. “Ongeveer 75 % van de korrelmaïs die we dorsen, malen we. Het zijn vooral de grotere varkenshouders die er gebruik van maken. Met deze machine gaan we ook bij collega-loonwerkers helpen. Je kunt beter samenwerken dan elkaar de duvel aan te doen. Als ik alles niet geperst krijg, durf ik ook een collega bijvragen. Het is een plezierige wisselwerking. Je moet er natuurlijk wel op kunnen vertrouwen dat ze geen visitekaartje achterlaten.”

Sinds Braeckman zijn Terra Trac kocht, vijf seizoenen geleden, hebben we bijna geen natte seizoenen meer gekend. Om snel en vlot te werken, gebruikt de loonwerker een Dewa-overlaadwagen die het graan naar de vrachtwagens brengt.

De pers wordt vaak op de hielen gezeten door de Kverneland-wikkelaar.

 

Investeren in gebouwen

Rybra heeft een jong en modern machinepark en zit gebeiteld voor de volgende jaren. “Ik word lastig als ik sta te sukkelen op het veld, alles moet ‘tegoei’ marcheren. Ook de kwaliteit is belangrijk. Als we maïs hakselen probeer ik altijd even langs de kuil te rijden om te zien of de korrel goed gebroken is. Het zijn kleine, maar belangrijke, details.” Aangezien de machines nu op drie verschillende plaatsen staan, zou Pieter-Jan graag een hangar bijbouwen zodat hij alles vlakbij de deur heeft. Meer ruimte voor onderhoud en herstellingen is een must. Maar over die plannen zal hij verder broeden in de winter, wanneer hij meer tijd heeft.

Braeckman is een fervent Loonwerker-lezer. “Ik ontdek graag hoe andere bedrijven het aanpakken. Ik ben er van overtuigd dat we van elkaar kunnen leren. Ook een babbeltje doen op beurzen hoort daarbij. Zelfs onze vakanties zijn werkgerelateerd. Zo gingen we onlangs een paar dagen naar Friesland: ik had namelijk een set tweedehands messen gezien voor de opraapwagen. We zijn toen heel de namiddag blijven hangen.” Zelf kijkt Braeckman op naar de grote loonwerkers in de Kempen, maar wat hij op korte tijd presteerde mag eveneens gezien worden.

 

Bedrijfsprofiel

Pieter-Jan Braeckman uit het Oost-Vlaamse Zeveneken bij Lochristi nam zeven jaar geleden het loonbedrijf van zijn grootvader Wilfried Van Ryckegem over. De naam van de firma werd omgedoopt tot Rybra, een verwijzing naar de familienamen van Wilfried en Pieter-Jan. De firma onderging een heuse metamorfose en er werd flink geïnvesteerd. Om het verhaal compleet te maken, startte Braeckman onmiddellijk met het injecteren van drijfmest. Zo biedt het bedrijf alle agrarische loonwerkzaamheden aan. De verste klanten zitten 25 kilometer van de deur, soms moeten ze nog ietsje verder.

Zeker tijdens piekmomenten stapelt de administratie zich op. Pieter-Jan plant alles zelf in combinatie met zijn werk achter het stuur. Hij overweegt een stuk van het papierwerk over te dragen aan zijn echtgenote Sandra Van de Voorde (23), die soms helpt  met het wikkelen van voordroog. Ook ‘peetje’ Wilfried is onmisbaar op het bedrijf: hij zaait bieten, maakt kleine pakjes en dekt kuilen. Als er wisselstukken moeten gehaald worden, springt hij direct in zijn auto. Wegens plaats- en tijdsgebrek doet Rybra enkel het basisonderhoud. Het grotere werk besteden ze uit aan hun dealers. “Het kost ons geld, maar stilstaan door pannes is nog veel kostelijker.”

Afgelopen winter is er flink geïnvesteerd met de komst van een nieuwe Fendt-opraapwagen, een Vervaet-vijfwieler, een occasie hakselaar en een Dewa-chassis met aalton en silagebak. Zo wil Pieter-Jan stipt en proper werk leveren.

‘Peetje’ Wilfried is trots als hij ziet hoe Pieter-Jan en Sandra het heft in handen nemen.

%d bloggers liken dit: