Door de ogen van…Hans De Muynck

Importeurs en dealers van landbouwmachines zijn binnen de werkgevers een niet te verwaarlozen groep. Toch is het niet gemakkelijk om goed personeel te vinden. Ook in de opleidingen tot technieker schort er het ene en andere. De Loonwerker sprak met Hans De Muynck, Fendt-dealer en samen met Jos Lowette verantwoordelijk voor het Workshop Live-eiland op Agribex.

Hans nam met zijn 2 broers eind jaren ’80 het dealerbedrijf, dat ondertussen 65 jaar bestaat, over. In 1954 verkocht de vader  van Hans zijn eerste Fendt, in tussen zijn ze de langst actieve Fendt-dealer. Met 2 vestigingen en een uitgebreide klantenbasis is goed personeel cruciaal. Dit personeel vinden is echter geen sinecure!

LW: Hans, je bent als dealer actief binnen Fedagrim. Wat is je rol daar?
Hans De Muynck:
Ik zit in “Groep 4”, de groep van distributeurs en dealerbedrijven bij Fedagrim. Daarnaast ben ik ook actief in de werkgroep “XEBIRGA”, die instaat voor vernieuwing, verandering en  de evolutie van Agribex. Wij ontwikkelden ideeën om de beurs te laten groeien, nieuwe wegen in de slaan en uiteindelijk telkens beter te worden. Van uit die werkgroep ben ik ook verantwoordelijk, samen met Jos Lowette, voor het thema-eiland “Workshop Live”.

LW: Jullie hebben een uitgebreid programma van grote merken. Hoeveel mensen stelt De Muynck te werk?
HDM:
Ik heb 9 mensen vast in dienst + 3 zaakvoerders Dat zouden er eigenlijk 11 moeten zijn. Maar de zoektocht naar nieuw personeel loopt niet vlot… Ondertussen staan de vacatures al meer dan zes maanden open!

“Personeel vinden is geen sinecure!”

LW: Wat zijn de struikelblokken denk je?
HDM:
Voor mensen die de sector niet kennen, is hij niet aantrekkelijk. Enerzijds blijven we zitten met de uitstraling van “den boer”, vuil, zwaar werk en lomp. Anderzijds krijgt de jeugd in zijn opleiding ook niet mee hoe ver de landbouwsector staat. Wanneer we de auto- of trucksector vergelijken met onze sector, dan staan wij technologisch veel verder. Maar toch blijven ze denken dat een herstelling begint met het slaan met een hamer op een plaat. Ook het idee dat het “vuil” werk is blijft hangen. Het klopt dat tractoren al eens vol modder hangen. Maar voor een herstelling kan gebeuren moeten ze gereinigd worden. En het gebruik van moderne technologie is helemaal ongekend. Motoren zijn hetzelfde in tractoren en (vracht)wagens, onze versnellingsbakken zijn moderner (Vario) dan in vrachtwagens. Maar dat er zoveel GPS-toepassingen zijn, camera’s en andere electronica, daar zijn de meeste leerlingen niet van op de hoogte. Tijdens de opleidingen in onze sector wordt ook dikwijls met verouderd materiaal gewerkt. Dezelfde motor wordt al jaren open en dicht gedraaid, onderdelen ontbreken.

LW: Zijn er specifieke opleidingen in België voor landbouwmechanisatie?
HDM:
Thomas More (hogeschool) in Geel heeft een zeer goede opleiding in de landbouwmechanisatie, en één van de weinige die zeer goed uitgerust is. Ook het PCLT in Roeselare biedt sinds kort een opleiding aan. Dit zijn vervolg opleidingen in hogeschool, in het middelbaar worden geen vergelijkbare opleidingen gegeven. In Nederland, waar het onderwijs anders georganiseerd is, zijn er veel meer gerichte opleidingen voor landbouwmechanisatie, en dat zowel eerder theoretisch gecombineerd met stages als van in het begin hands-on. België hinkt op dat gebied zwaar achterop.

LW: Merken jullie concurrentie van de auto- of vrachtwagensector?
HDM:
Dat valt mee. We hebben weinig verloop van mensen die bij ons beginnen, hun opleiding krijgen en dan vertrekken. Er zijn er natuurlijk altijd, maar het is niet zo dat we er echt een trend in zien. Mechaniekers die bij ons, in onze sector, hun opleiding hebben gekregen zijn wel toppers. De technologische kennis is veel hoger dan in de andere sectoren. Een voordeel bij ons is dat er ook continu afwisseling is en dat zij direct in contact komen met het landbouwmilieu. Van een nieuwe trekker leverklaar zetten naar een oude trekker een onderhoud geven, het veld in voor een depannage of het opstarten van een nieuwe machine. We leven ook met de seizoenen. Dat heb je natuurlijk veel minder in de andere sectoren.
Daarnaast merk ik dat de verloning in onze sector hoger ligt dan die bijvoorbeeld in bepaalde autogarages of bij vrachtwagenverkopers.

LW: Heb je een idee van het aantal vacatures in de sector?
HDM:
Bij een laatste rondvraag waren ongeveer 70% van mijn collega’s op zoek naar 1 of meerdere mechaniekers. Maar niet alleen in de werkplaats is personeel te kort. Ook voor magazijnbediende staan er verschillende vacatures open. En bij uitbreiding naar de sector, ook heel veel loonwerkers zoeken een vaste mechanieker voor op het bedrijf en vele plaatsen voor chauffeurs geraken niet ingevuld.

LW: Op Agribex wordt de “Workshop Live” georganiseerd. Van waar is dat idee gekomen?
HDM:
Ik bezoek geregeld buitenlandse beurzen. Op Agritechnica had ik de “Werkstatt Live” gezien, waar tijdens de beurs mensen aan machines sleutelden. Ik heb dat idee toen voorgelegd aan de XEBIRGA-werkgroep. Op Agribex 2015 hebben we dat dan voor het eerst echt uitgewerkt. We zijn op zoek gegaan naar partners, bijvoorbeeld de Thomas Moore hogeschool uit Geel en Institut Provincial de La Reid  uit Wallonië, maar ook leveranciers van gereedschap zoals Kramp en Granit en de verschillende importeurs en machinefabricanten die machines ter beschikking stellen. FEDAGRIM steunt de workshop volledig financieel , waarvoor onze dank !

LW: Krijgen jullie concrete reacties na zo’n workshop?
HDM:
Volgens wat ik van de scholen hoor zorgt de workshop toch voor instroom van extra leerlingen, en dat zowel van mensen uit de sector als mensen die de sector niet direct kennen. De verschillende land- en tuinbouwscholen zakken af naar de beurs, nu moeten we de andere technische scholen nog zo ver krijgen dat ook zij eens langs komen. De doelgroep waar we ons op richten zijn de 14-15 jarigen, die binnenkort voor de keuze staan welke richting ze uitwillen.

LW: Hoe ziet de toekomst van Workshop Live er uit?
HDM:
 Veel zal er niet aan veranderen. We hebben een goede locatie op de beurs, de samenwerking met de partners verloopt vlot. Het belangrijkste is dat we in de toekomst nog meer volk bereiken zodat we nog meer doorstroom krijgen naar de scholen en uiteindelijk nog meer uitstroom naar de dealerbedrijven. Daarom wil ik mij graag meer focussen op de andere technische opleidingen om ook die naar de beurs te krijgen.

LW: Afspraak in 2019!