Door de ogen van…Bert Geens (Gebroeders Geens/Knikmops)

30 jaar geleden knutselden de Gebroeders Geens in een schuurtje hun eerste machine, die het werk van klinkerleggers lichter moest maken in elkaar. De Rollmops was geboren. Ongeveer 10 jaar later zagen de eerste knikladers het licht. Deze werden Knikmops gedoopt. De Loonwerker ging op bezoek in Hoogstraten en sprak daar met Bert Geens, de volgende generatie in het bedrijf.

Op het erf is een handige kniklader bijna onmisbaar geworden. Snel spullen verplaatsen, met de veegborstel rond gaan, kleine ladingen laden en lossen, het zijn allemaal dingen die met een kniklader vlug zijn uitgevoerd. En zodra er ééntje op het bedrijf aanwezig is, worden er wel snel nieuwe zaken gevonden waar hij kan voor dienen. Dat dergelijke machines ook in ons land gebouwd worden, dat is minder geweten. De Gebroeders Geens ontwikkelen en bouwen hun eigen knikladers in hun fabriek in Hoogstraten, en verdelen deze niet alleen over België en Nederland, maar hebben ondertussen een netwerk in heel Europa, en onlangs vertrokken zelfs de eerste machines naar Amerika.

De Loonwerker: Hoe zijn jullie op het idee gekomen om knikladers te gaan maken?
Bert Geens:
“Met de Rollmops hadden mijn vader en nonkel een eenvoudige en handige machine ontwikkeld voor klinkerleggers en stratenmakers. Bij het leggen van klinkers moet er echter ook geregeld zand of stabilisé worden rond gevoerd. In eerste instantie werd dat opgelost door de Rollmops van een schepbakje te voorzien, maar er kwam meer en meer vraag van klanten naar een (compacte) wiellader als aanvulling. De eerste Knikmops die ontwikkeld en gemaakt werd, was de KM90, die zijn naam haalde uit de initialen van KnikMops en zijn gewicht, 900 kg.”

DL: Ondertussen zijn jullie ook op menig erf terug te vinden, hoe verliep dat?
BG:
“Ons bedrijf in Hoogstraten is omringd door landbouwbedrijven en we hebben ook verschillende loonwerkers in de directe omgeving. In het begin waren het occasie machines die hun weg vonden naar die bedrijven. Eerst de kleinere modellen als aanvulling op de trekker met voorlader, maar al snel volgde de vraag naar grotere knikladers met meer capaciteit en hefvermogen. Die zijn we dan ook gaan ontwikkelen. En die grotere machines, die hebben ondertussen ook hun weg gevonden naar tuinaanleggers en openbare besturen. Ook de machines met telescooparm zijn er gekomen na vraag uit de landbouwsector.”

DL: Hoe groot is het belang van de landbouwsector voor jullie productie?
BG:
“Van alle Knikmopsen gaat ongeveer 15% naar de landbouw. Een andere 15% gaat naar grote grondwerkers als aanvulling op de zware wielladers. De resterende 70% is voor tuinaanleggers, klinkerleggers en openbare besturen.”

DL: Jullie hebben een heel assortiment aanbouwdelen voor jullie Knikmopsen. Is dat eigen fabricaat?
BG:
“De meer ingewikkelde aanbouwdelen, of liever aanbouwmachines, zoals frezen, rotorkopeggen, bepaalde borstels en maaiers, worden door gespecialiseerde firma’s gemaakt en door ons aangepast. De andere aanbouwdelen zoals balenklemmen, mestvorken met of zonder klauw en dergelijke worden hier zelf gebouwd.”

DL: De evolutie naar elektrische machines is plots snel gegaan. Zijn jullie mee in dat verhaal?
BG:
Op de vorige editie van Matexpo hebben we een prototype van een elektrische Knikmops laten zien om de reacties van onze klanten en het grote publiek te peilen. En ook op de Foire de Libramont stond de elektrische machine op onze stand. Ondertussen zijn er twee prototypes van elektrische machines die intens getest worden. Het is fascinerend om de evoluties op gebied van elektrisch aangedreven machines te volgen, maar wanneer ze echt productierijp gaan zijn weten we nog niet precies. We willen met een machine naar buiten komen die volledig af is, waar we gerust in kunnen zijn. Met half afgewerkte zaken naar buiten komen heeft geen zin, daar doen we niet aan mee.”

DL: Welke filosofie zit er eigenlijk achter jullie machines?
BG:
 “Gebroeders Geens is een echt familiebedrijf. Het begon met mijn vader en nonkel, en ondertussen zijn ikzelf, mijn broer en zus ook actief binnen het bedrijf. Onze filosofie stamt uit die familieband. Elke machine die hier vertrekt is een machine waar ikzelf, mijn broer, vader en nonkel graag mee rijden. Als we er niet graag mee rijden, als het rijden eerder een strijd is, dan komt de machine niet voorbij de poort. Als wij er niet graag mee rijden, gaan de gebruikers er ook niet graag mee rijden. En dat zijn typisch de machines waar altijd iets aan scheelt.”

DL: Hoe ziet de toekomst er uit voor de Gebroeders Geens?
BG:
“Samen met mijn broer en zus ben ik de nieuwe generatie in het bedrijf. Het is de bedoeling dat wij evolueren naar de leidinggevende functies hier. Onze twee nichten gaan nog naar school, dus daar weten we nog niet of zij ook de stap zetten. Persoonlijk heb ik het liefst een brede organisatie met gedeelde verantwoordelijkheden in plaats van één “baas” die het voor het zeggen heeft. Dat maakt volgens mij onze organisatie een heel stuk sterker. En ondertussen zijn we ons heel intensief op de toekomst aan het voorbereiden.”

DL: En de machines voor de toekomst? Wat mogen we daar verwachten?
BG:
“De evolutie van de elektrische machines is veelbelovend. Maar ondertussen moeten we ook de zaken op gebied van dieselmotoren blijven volgen. Wat brengt het Euro5 verhaal? Wat gaat er gebeuren met de kleine(re) dieselmotoren? Bij nieuwe ontwikkelingen moeten we daar allemaal rekening mee houden. Maar dat maakt de toekomst net boeiend!”

%d bloggers liken dit: