Loonwerker in beeld: Loonbedrijf Weltjens Bocholt LWB (Bocholt)

“Paniek kost geld!”
Ondanks de drukte, maakte Ivan Weltjens een gaatje vrij in zijn agenda voor een gesprek en dit terwijl ze volop bezig zijn met het oogsten van ruwvoeders en groenten. Even iets anders, moet hij gedacht hebben. De rondleiding is indrukwekkend en Weltjens is bijzonder trots, en terecht.

Veel te danken aan groenten       
Het zijn Louis Weltjens en zijn echtgenote Jeanne Witters die het loonbedrijf in 1974 oprichtten. In die tijd hadden ze twee ingeschreven werkmannen. Startten deden ze met agrarische landbouwwerken en het oogsten van erwten. Weltjens zorgde voor de tractors, de groentefabriek kocht de oogstmachines aan. “De samenwerking met de site Greenyard in Bree, die bekend is voor zijn conservengroenten en behoort tot de top drie in Europa, is er nog steeds. We zijn bijna getrouwd met elkaar”, lacht Ivan. “We hebben dagelijks contact en zij laten ons weten hoeveel containers ze dagelijks nodig hebben van welke soort groente om de hoeveel tijd.” Een hele organisatie. Om alles mooi op elkaar af te stemmen en alles zelf in handen te hebben, investeerde LWB zelf in transport. De firma heeft 32 vrachtwagens lopen en nog verschillende tractors met container-carriers. Ook de oogstmachines financiert de loonwerker nu zelf. Bij het verwerkingsproces van de groenten onstaan een heleboel nevenproducten die ook verkrijgbaar zijn bij Weltjens.

Louis en Jaenne waren ondernemers en werkers, anders kende het bedrijf nooit zulke proporties. Het is dan ook een grote domper wanneer Louis in 2005 de strijd tegen ziek zijn verliest. Het bedrijf was misschien zijn bezieler kwijt, het loonwerk heeft daar nooit onder geleden. In ’88 richtte het koppel een vennootschap op waardoor de kinderen Ivan en Karin mee konden groeien in het bedrijf, en dat doen ze met verve. Ze zijn actief in een werkgebied met een straal van 130 kilometer tot het Nederlandse Nijmegen en het Duiste Düsseldorf.   

Qeos
In de ontvangstruimte trekt de kast waar de PDA’s opladen meteen mijn aandacht. Elke chauffeur heeft zo’n persoonlijk toestel waarmee hij alles scant. Zo heeft iedere machine en container een QR-code die bij elke handeling wordt gescand. In de bureauruimte hangt een gigantische flatscreen met googlemaps. Iedereen is volgbaar en wanneer een container gevuld klaar staat, komt er een extra icoon op het scherm. LWB werkt met coördinaten die ingelezen worden tijdens het zaaien op gps. Makkelijk voor de nachtploeg zodat ze niet het foute perceel oogsten. Binnenkort koppelt Weltjens eveneens het magazijngebeuren aan Qeos zodat ze online zicht hebben op de stock. De loonwerker heeft zelf een computerkast waar de robot het gewenste onderdeel neemt.

Tractors worden complex
Aangezien ze verdeeld worden door LWB, is het niet verwonderlijk dat ze Deutz Fahr rijden in Bocholt. Als ze allemaal thuis zijn, staan ze 45 tractors op het geleeg. Het merendeel ervan heeft een vermogen tussen de 160 en 210 pk, het paradepaardje is de 9340 TTV die er 340 telt. De meeste tractors hebben een vast werktuig en een vaste chauffeur. “Ik houd van eenvoudige machines”, vertelt Ivan. “Nu hebben we verschillende vario’s die de meeste uren doen aan de drie-assers waarmee ze mest, ruwvoeders en groenten verrijden. Het zou kunnen dat we in de toekomst terug kiezen voor halfautomaten die eenvoudiger, zuiniger en goedkoper zijn in aankoop. Opties zoals gps maken het allemaal duur, maar we hebben het nodig voor te zaaien en hebben er zo’n twaalf in gebruik. Vooral om recht te zaaien en de oppervlakte te meten zijn het handige instrumenten.”

Wie op zoek is naar een tweedehandstrekker, kan er één kiezen uit het rijtje. Maar de loonwerkerexemplaren worden complexer en hebben verschillende opties die de boer niet nodig. Daardoor is het rustig op de markt. Het onderhoud voor zowel eigen materieel als dat van klanten gebeurt in een moderne werkplaats van 2.000 m2 met rolbrug en negen grote poorten. Ze hebben een 24 uren service en gaan ter plaatse met een goed uitgeruste bestelwagen als er pannes zijn. Toch blijven de zaakvoerders rustig als de hele trein stil staat, want paniek kost geld. “We proberen het euvel zo snel mogelijk op te lossen, maar we voorkomen liever dan genezen. We doen veel prefentief onderhoud. Na jaren ervaring kunnen we ongeveer inschatten wanneer het fout gaat.”

Ploeger wordt duur
Voor de groentenoogst zijn ze serieus ingepikt in Bocholt. De firma heeft elf erwtendorsers, vijf bonenplukkers en één spinaziemaaier van het merk Ploeger en zeven 3060 rooiers van Dewulf waarmee ze aardappelen, schorseneren en verschillende soorten wortels uitrijden. “In tegenstelling tot de Ploeger-machines zijn de Dewulfs verbouwbaar en breder inzetbaar. De Nederlanders sloegen de prijzen serieus op de laatste jaren terwijl er buiten de kleur weinig veranderd is aan de erwten- en bonendorsers. Een beetje concurentie in die branche zou zeker niet slecht zijn”, klinkt het. De oogstteams bestaan uit meerdere machines waardoor met behulp van twee Berkers-overlaadwagens het rendement stijgt. Schorseneren is een groente die boomt in de winter en om ze uit te krijgen verbouwen ze alle rooiers. Het reinigen doen ze met een zelfrijdende RWS van Dewulf. Voor een 4-rijige rooier loopt Ivan niet warm. Volgens hem krijg je met twee 2-rijers meer gedaan en bij mankementen is er nog altijd één machine die rijdt. Bovendien zijn ze erg breed op de weg.

Ketsplaat gaat eruit
De mest elk jaar op zijn plaats krijgen is een hele uitdaging. De loonwerker gebruikt een Vredo- en Terragatorzelfrijder voor het bemesten van gras- en bouwland. Voor deze laatste activiteit zijn er eveneens drie 3-assers met cultivator. Ivan merkt dat het spreiden met de ketsplaat eruit gaat. Niets zo efficiënt als zelfrijders. Een container op de hoek van het veld en de mest laten aanvoeren met 3-assers. Misschien een beetje Hollands, maar dat komt ervan als je 40 % van de tijd bij onze Noorderburen doorbrengt. Bij LWB hebben ze drie opleggers en negen carriers waarvan vijf Kurstjens, drie Peecon en één Joskin waar ook silage-bakken op kunnen. “Ik ben fan van Kurstjens”, bekent Ivan. “Jammer dat ze niet meer gemaakt worden. Ze zijn robuust, wendbaar en hebben een bandendrukwisselsysteem. Eén keer per jaar krijgen ze een onderhoudsbeurt zodat we twaalf maanden safe zijn. Onlangs kochten we nog één tweedehands exemplaar. Het oudste chassis dat we hebben dateert van ’93. Nu we het toch over karren hebben, in mais en gras is er niets zo makkelijk als een Kaweco. Ze passen volledig in het concept dat we houden van eenvoudige machines. Bij iedere hakselploeg sturen we eentje mee.”

Drie soorten boeren
De planners krijgen te maken met drie soorten boeren. “Het zijn meestal de grote boeren die alles plannen, dat moet ook. Je hebt de vragers die ons vragen wat past. Tenslotte heb je nog de doeners, het zijn altijd dezelfde die pas bellen als het gras geharkt is. We anticiperen er wel op in de planning en uiteindelijk zal het werk ook wel gebeuren, maar makkelijk is anders.” Gelukkig is er heel wat slagkracht in huis voor de grasoogst. Maaien doen ze met een zes- en negenmetercombinatie. Voor het harken kochten ze dit jaar een Vicon-vierelementshark. De loonwerker heeft drie harken van Vicon en Pöttinger met grote molens die de klant mag huren. Voor het inkuilen hebben ze vier Claas Jaguars hakselaars, drie Pöttinger en één Vicon-opraapwagen. De meeste boeren laten hun gras hakselen, maar de opraapwagens staan altijd vertrekkensklaar. Persen en wikkelen doen ze met twee McHale, het zijn dus enkel de ronde balen die ze aanbieden.

Shredlage is succes
Vorige maiscampagne begonnen met één machine en in allerijl een tweede omgebouwd. Nu staan drie van de vier kneuzers op shredlage omdat het echt een groot succes is. Voor die service betaalt de klant een supplement per hectare. Weltjens voelt trouwens beterschap in de melkveehouderij, toch zijn er diepe gaten gemaakt. “We maken goede afspraken met late betalers. Als het de spuigaten uitloopt, moet je soms afscheid durven nemen.” De Jaguars zijn een 960 met 10-rijer, een 950 en twee 940 met 8-rijers. Standaard krijgt elke hakselaar drie wagens mee maar dat kan oplopen als het ver rijden is.

Ook de twee maaidorsers zijn er in Deutz-kleuren. Voor het dorsen van mais worden ze uitgerust met 6-rijige kolvenplukkers. De korrels kunnen bij LWB gedroogd worden, maar de laatste jaren is die activiteit fel verminderd. Met twee continu-drogers beschikken ze over een capaciteit van 15 ton per uur.

Chauffeurs op handen dragen
Mooi verhaal, maar de puzzel klopt pas als je een team gedreven chauffeurs hebt die meedenken met het bedrijf. “Wij en onze klanten moeten de machinisten op handen dragen. Er wordt veel verwacht van hen. Zij werken zes van de zeven op onregelmatige uren. Daarom is het zondag rustdag, alleen als het weer het anders niet toelaat maken we een uitzondering. Jonge gasten willen vooral landbouwtransport doen. Na enkele jaren evolueren ze door naar het secuurdere werk. Sommige willen weg van de baan en zitten liever in de erwten- of bonenoogst, andere leren zaaien, maar we hebben er ook die al tien tractors versleten hebben hier. Sowieso krijgt iedereen kansen.

Bedrijfsprofiel
Loonbedrijf Weltjens Bocholt (LWB) is een grensgeval, ze zitten amper op 300 meter vogelvlucht van de Nederlandse grens. Broer en zus Ivan (49) en Karin Weltjens (48) leiden er één van de grotere loonbedrijven die ons land heeft, zo niet het grootste. Het gamma dat ze aanbieden is tamelijk uitgebreid aangezien ze naast agrarisch loonwerk veel in de groenten zitten en vrachtwagentransport doen. De drie takken zijn aan elkaar gewaagd en hebben elk een aandeel van 30 %. De resterende 10 % zijn ze bezig met de verkoop, onderhoud en herstellingen van machines. Zo verdelen ze onder andere Deutz Fahr, Joskin, Peecon, Kverneland Vicon en  binnenkort ook Kuhn-materieel in Deutz-kleuren. Ook de machinering van Bocholt huurt zijn machines bij LWB.

Ivan regelt de technische kant van het verhaal, Karin de administratieve. Team Weltjens telt 90 werknemers. Voor de planning krijgt Ivan de hulp van vier werkplanners, in de garage heeft hij zeven mekaniekers en twee magazijniers aan het werk. Karin rekent op de hulp van een boekhouder, iemand die bezig is met vergunningen en wetgeving en nog een milieudeskundige.

De toekomst van het bedrijf lijkt verzekerd van opvolging door Ivans zoon Tom Weltjens (21), nu is hij tractorchauffeur. Karin heeft twee dochters die waarschijnlijk niet mee in de zaak zullen komen. Allemaal nog ver weg, Ivan en Karin denken nog lang niet aan hun pensioen.

www.lwb.be

Dit artikel verscheen eerder in “De Loonwerker 10/2017”. Wil je graag een abonnement? Surf dan snel naar onze agroshop!

Tekst: Tom Govaerts Beeld: Tom Govaerts & Mike Vanduffel