Loonwerker in beeld: Loonbedrijf Stassen (Dilsen-Stokkem)

“Ons werk is onze hobby”
Als ik op pad ga voor het interview voor het augustusnummer van De Loonwerker is het midden juli. Tussen de onweersbuien door rijd ik richting Dilsen-Stokkem. De meeste gewassen beginnen zich door de regen weer te herpakken, ook het gras krijgt weer een gezonde groene kleur. In de loods van Loonbedrijf Stassen worden de drie New Holland-maaidorsers klaar gezet voor de resterende hectares graan die nog van het land moeten.

Geschiedenis
We gaan terug naar 1961 voor de start van Loonbedrijf Stassen. Op 52-jarige leeftijd begon opa Stassen met het dorsen van graan met een Claeys M103 en het persen van stro. Eind de jaren 60 werd de eerste maïshakselaar gekocht, omdat er steeds meer boeren maïs verbouwden als veevoer. Er werd begonnen met een 1-rijige Kemper gedragen hakselaar, twee jaar later werd deze ingeruild voor een getrokken New Holland 1-rijer .

In 1974 werd het bedrijf overgedragen aan één van de twee zonen. Gerard was degene die het bedrijf verder uitbouwde tot een gerenommeerd bedrijf binnen de agrarische sector. Toentertijd werd al het werk gedaan door diverse Deutz tractoren. In 1996 stapten ze bij Stassen over op Fendt, voor hen de “loonwerkerstractor”.

De huidige eigenaars, Johan en Sofie Stassen, voeren sinds 2005 het bedrijf. Zij hebben, door  capaciteitsmachines aan te schaffen, het bedrijf verder uitgebreid. Vorig jaar hebben ze ook nog eens het vleesveebedrijf van de ouders van Johan overgenomen.

Als we praten over de geschiedenis, schuift de toekomst ook aan. Zoon Wouter (15) heeft zeer zeker de drive om het bedrijf later over te nemen van pa.

Allround loonbedrijf
Op het moment is loonbedrijf Stassen een gespecialiseerd bedrijf voor diverse takken. Er wordt werk uitgevoerd voor de vleesveesector, melkveesector en de varkenshouderij. Maak ook in de akkerbouw staan ze hun mannetje. Tegenwoordig hebben ze 12 Fendt-tractoren ter beschikking. De één al groter dan de andere, de andere weer nieuwer dan de ene, met als topper een Fendt Favorit 824 met 19.500 draaiuren op de klok. “Dit is dan ook de tractor die ik nooit weg zal doen. Buiten een nieuwe turbo zijn er nog geen vitale onderdelen stuk geweest”, vertelt Johan.

De hoofdwerkzaamheden van het bedrijf zijn het verwerken van gras, maïs en granen. Daarnaast houden ze zich bezig met het bemesten van het land. Alles van het zaaien tot oogsten van de diverse gewassen wordt aangepakt.

Voor de grasverwerking beschikken ze bijna uitsluitend over Krone-machines. Een 10 meter brede vlindermaaier, een twee-elementen hark, twee ZX40-combiwagens, twee BigPack-persen en één ronde balenpers van dit merk staan in de schuur. Daarnaast wikkelen ze met een Kuhn SW 4014 wikkelaar.

De keuze van het loonbedrijf om zoveel mogelijk één merk aan te schaffen is simpel. De dealers in deze, voldoen aan alle eisen die ze bij Stassen stellen. Ze bieden allemaal een goede service: de servicemonteurs staan altijd paraat en de mechanisatiebedrijven hebben een ruim wisselstukkenmagazijn. Hierdoor zijn alle onderdelen snel voorhanden.

Voor het hakselen van gras en maïs hebben ze twee Claas-hakselaars. Beide, de 890 en de 960, hebben een graspick-up en een 8-rijige maïsbek. Op de kuil staat één van de twee Liebherr 550 wielladers.

In het graan doen de drie New Holland-maaidorsers hun ronde. Een oudere TX 62 met een vast maaibord van 4 meter, een CX 8050 en een CX 7.90, beide met een Geringhoff-opklapbaar maaibord van 5,40 meter. De twee CX’en worden ook in de maïsperiode ingezet met een 8-rijige kolvenplukker.

Wat betreft het bemesten hebben ze een Vervaet-driewieler met een inhoud van 14 m³, twee  Veenhuis 2-assers met 20 m³ inhoud en één Veenhuis haakarmsysteem, waar een 22 m³ tank op ligt. Ze kunnen de tanks uitrusten met zode- en bouwlandbemester. De vaste mest rijden ze uit met een Rolland-mestspreider.

Voor het planten van de maïs heeft loonbedrijf Stassen een bijzondere machine, namelijk een Väderstad Tempo TPV8. Deze werd gekocht in het voorjaar van 2016. Toentertijd de eerste Väderstad-machine die in België werd verkocht. De Zweedse-zaaimachine werd om verschillende redenen gekozen. Ten eerste is er een stuk minder onderhoud nodig dan bij de andere merken. En ten tweede is de combinatie snelheid – precisie een groot pluspunt. De afstand van de korrel is altijd perfect. “Met de Tempo kunnen we snel planten”, vertelt Johan. “De machine begint pas goed te werken als we minimaal 8 kilometer per uur rijden.”  Ook de combinatie van Trimble en Väderstad werkt bijna perfect. Bij Stassen planten ze rond de 550 hectare per jaar met deze machine.

Twee trekkers, de nieuwe 724 en één van de 820’s, zijn uitgerust met het gps-systeem. Ze gebruiken het systeem voornamelijk voor het zaaien/planten en voor het maaien met de vlindermaaier. “We besparen op grotere percelen tijd als we om en om kunnen maaien of planten”, legt Johan uit. “Ook bespaart de boer 8-10 % plantgoed.” Door middel van gps kunnen ze bij Stassen nauwkeuriger en egaler planten. De meeste boeren zien hier wel voordeel in.

Klanten en medewerkers
Wie in het klantenbestand kijkt van de firma, ziet dat de meeste klanten al voor loonbedrijf Stassen kiezen sinds het jaar waarin opa Stassen het bedrijf oprichtte. Dit komt vooral door het vertrouwen dat de klant in de loonwerker heeft. “De klanten hebben vertrouwen dat het werk goed uitgevoerd wordt door het goed opgeleide personeel. Iedere medewerker heeft bepaalde taken, die hij ook iedere keer bij de boer uitvoert”, vertelt Johan. “Maar ook omdat Johan zelf meerijdt, komt hij met de klant in gesprek”, vult Sofie aan. “De klant ziet dan dat de ‘baas’ er ook bij betrokken is.”

De vijf vaste medewerkers van het bedrijf zorgen samen, met diverse seizoensarbeiders, voor de werkzaamheden op het land. Ze hebben respect voor de baas, omdat deze zelf meerijdt. “Zo hoort het te zijn”, zegt Sofie. “Maar andersom hoort dat ook zeer zeker te zijn; als iedereen elkaar respecteert creëer je een fijne werkplek”, vult ze snel aan. We mogen wel concluderen, dat alles goed geregeld is bij Stassen. De werknemers hoeven niet onnodig op zondag te komen werken, noodsituaties uitgezonderd. “Want het weer hebben we niet in de hand”, lacht Johan.  Ook zoon Wouter ondersteunt zijn ouders al flink. Op het veld of in de werkplaats, waar ook maar werk is, is hij aanwezig.

De planning en administratie is voor Sofie. “We hebben nog de ouderwetse manier van werken”, vertelt ze. “Iedere werknemer krijgt voordat hij vertrekt een papier mee en dat dient bij terugkomst op het bedrijf, ingevuld, ingeleverd te worden.” “Zo gaat het al jaren, waarom veranderen als dat goed gaat?”

Dit jaar hadden ze bij Stassen weinig of geen problemen tot nu toe. Het is een erg droog voorjaar geweest ten opzichte van vorig jaar. Alle mest en gewassen zijn zonder problemen op het land gekomen. Ook de grasoogst verliep zonder grote problemen. “Veel bedrijven hebben de derde snede gras al weer binnen, al was de opbrengst van de derde snee niet om naar huis te schrijven”, zegt Johan. Ook Sofie heeft een rustiger jaar dan andere jaren, dit komt vooral omdat het lang goed weer is geweest. Zo kon er links en rechts wat geschoven worden met de planning zodat niet alles op dezelfde dag uitgevoerd hoefde te worden. Tevens hebben de prijzen van de melk en het vlees een stijgende lijn en dat is ook te merken op het loonbedrijf.

“Mocht er wat stuk gaan dan hebben wij het geluk dat iedere chauffeur ook een goeie sleutelaar is”, vertelt Johan.  Veel dingen worden zelf gerepareerd in de werkplaats, die nog niet zo oud is. “Als er midden in het seizoen iets kapot loopt, moeten we toch de hulp van de mechanisatiebedrijven inroepen. Ook tijdens de gecompliceerde reparaties komt dit nog wel eens voor”, vertelt hij.

Toekomst
De toekomst ziet er voor het bedrijf nog goed uit. Johan is van mening dat het werk niet minder zal worden. “De kleinere bedrijven vallen ertussen uit, hierdoor blijven de grote bestaan. Deze zullen dan ook meer gaan samen werken met de loonondernemer. Ze hebben genoeg aan het verzorgen van de koeien en hebben de tijd niet meer om alles op het land te doen. Hierbij kunnen wij hun bijstaan om alles in goede banen te lijden”, vertelt hij. “Ook zijn de machines, die genoeg capaciteit hebben, te duur in aanschaf.”

Het aanschaffen van nieuwe machines ligt nog in de verre toekomst. Ze zijn wel al bezig om zich te verdiepen in een  nieuwe machine voor de drijfmest. Zeker nu ze de nitraatrichtlijn aanscherpen in Vlaanderen. “We moeten zorgen dat we met de verwachtingen van de klant proberen mee te gaan. Hun wordt het niet makkelijker gemaakt met alle regel- en wetgeving. Indirect krijgen wij dat ook op ons brood”, zegt Johan.

Voor de percelen langs de Maas, die zwaarder zijn dan de zandgronden, hebben ze bij Stassen smallere banden aangeschaft om de maïs mee te planten. Zo lopen de trekkerbanden tussen de rijen en wordt niet eerst alles aangereden. “Meegaan met de wensen van de boeren”, zegt Sofie.

Ook als we het hebben over de concurrentie heeft hij een passend antwoord. “Overal en in elke branche is er concurrentie, maar als het seizoen aanbreekt is iedere loonwerker al tevreden als hij zijn eigen klanten zo snel en goed mogelijk kan bedienen. Laat staan dat we dan ook nog de klanten van de collega’s moeten voorzien van onze diensten.”

Veranderingen
Ongeveer 7,5 jaar geleden heeft de familie Stassen ook al eens in ‘De Loonwerker’ gestaan. Als we de veranderingen eens kort naast elkaar leggen, zien we dat er wel redelijk wat veranderd is, niet alleen aan het machinepark, maar ook aan de bedrijfsgebouwen. Er is een hal bijgekomen met wasplaats en in de oude loods is een werkplaats gecreëerd.

Maar ook qua werken is er veel veranderd. Vroeger werden er nog ‘normale’ prijzen voor de landbouwproducten betaald. De melk- en vleesprijzen zijn in die 7 jaar flink gedaald. “Hier krijgen wij vanzelfsprekend ook mee te maken. Als het de boeren slecht gaat, krijgen wij ook een terugslag”, zegt Sofie. Verder moet alles secuurder, het moet sneller en als het even kan ook nog goedkoper. Dit alles resulteert in grotere, capaciteitsbewustere machines.

“En we zijn door de jaren vooral ouder geworden”, lacht Johan. “En natuurlijk wijzer”, vult Sofie lachend aan. “Eerlijkheid duurt het langst, zeker als het weer niet meewerkt”, vertelt Sofie.

Wat zeer zeker niet veranderd is, is de fijne ontspannen sfeer. Na een drukke week werken is er op vrijdag nog altijd tijd om gezamenlijk de week af te sluiten met patat. “En een pintje”, lachen ze in koor. Ook kijken ze met z’n allen uit naar het maïsseizoen. Een drukke ,maar georganiseerde tijd.

Reacties zijn gesloten.